Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest

Dat is een van de moeilijkste teksten die ik ooit geschreven heb. Het gaat over ’t leven, over overleven. De wereld staat in brand, orkanen hebben hele eilanden weggevaagd en overal zijn oorlogen en gevechten. Maar het allemaal als een flits langs mij heen. Niet omdat ik het niet belangrijk vind maar omdat ik mijn eigen gevecht voer. Een gevecht tegen mijn lijf. Een gevecht tegen een (goedaardige) tumor. 

Toen ik twee was hebben artsen een goedaardige tumor geconstateerd. Achter mijn schouderblad, in mijn lijf, zat een zogeheten hemanchioom. De artsen hadden destijds besloten om het met een operatie weg te halen. Met de kennis van nu bleek het niet de beste keuze. Toen wel en de artsen hebben hun werk goed gedaan. Ondanks het goede werk heb ik er een flink aandenken aan overgehouden in de vorm van een litteken. Als dat het enige is mag ik niet klagen toch?

10 jaar geleden begon ik weer pijn te krijgen. Ik merkte beperkingen in mijn schouder en klopte aan bij de huisarts. Na een paar testjes en een gesprek gingen alle alarmbellen af. Binnen no-time kon ik in het ziekenhuis van Deventer terecht en kwam ik in de medische molen terecht. Het bleek aangegroeid. Aangegroeid betekent dus dat het leeft. Onrustige cellen dachten ze en de weken erna gingen in een roes voorbij. Ik was 15, veel te jong om te horen dat je kanker hebt. Na weken van onderzoeken in het Leids Universitair Medisch Centrum kwam uiteindelijk het verlossende woord: het is goedaardig. Minpuntje: vanwege de eerdere operatie en het feit dat het in spieren is gegroeid kan het niet geopereerd worden. Er is wel een behandeling waar er een chemisch goedje in de bloedvaten van de tumor gespoten word en er gedeelten afsterven. Dit zorgt ervoor dat ik verlichting heb en weer ‘ongestoord’ verder kan leven. Helaas is de tumor levend dus zal het eens in de paar jaar nodig zijn. 

Sindsdien heb ik 3 keer zo’n behandeling gehad, so far so good. Je voelt het al aankomen… En het klopt. Vanaf vorige week heb ik extreme pijnen in het gebied van de tumor. Zoveel pijn dat ik er koorts van had en niet kon/kan functioneren. Ik heb inmiddels contact opgenomen met de huisarts en de welbekende alarmbellen zijn weer gaan rinkelen. Wat er aan de hand is gaat onderzocht worden, maar het is essentieel om de medische molen in te gaan en dat zo snel mogelijk, aldus mijn arts. Een dynamische mri-scan is het eerste wat gaat gebeuren. Waarschijnlijk heb ik te lang gewacht met ‘de behandeling’ en heb ik daardoor nu de pijnen. Althans dat is iets wat ik denk. Wat ik denk? Of misschien wel wat ik hoop… 

Ondanks het feit dat de kans nihil is dat het ‘slecht’ is, is er angst. Angst die in je hoofd dwaalt. Maar ook angst waar ik niet aan toe mag geven. Als ik angst ervaar, wat moeten mijn naasten dan ervaren? Dat kan ik hen niet aandoen. Ik moet hen beschermen. Dus ik bagatelliseer het hele gebeuren. Doe alsof het mij niets doet, alsof ik geen angst heb, alsof het een griepje is.

Maar help ik hen daarmee? Na een week hebben een aantal mensen mij erop gewezen dat het een verkeerde manier is van beschermen. De angst voelen zij hoe dan ook, maar juist doordat ik het bagatelliseer kunnen ze er niet over praten. Dat creëert juist meer angst. Sorry aan hen. 

Ik zal de confrontatie aan moeten gaan met mijn eigen gevoel maar ook rekening moeten houden met mijn omgeving. Pijn hebben die je niet eerder op deze manier hebt gehad is eng. Daar kan ik niet omheen helaas. Vanaf nu niet langer proberen mijn kop in het zand te steken. 

Of ik bang ben? Ja!

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest