Ik ken meer dan tien kerels met een bijnaam die enigszins verband houdt met het formaat, de vorm of maat van zijn lichaam of een lichaamsdeel. Zeker drie daarvan dragen de bijnaam bolle of dikke. In de meeste gevallen worden deze bijnamen met trots gedragen. Ze reageren erop als ze op straat of in de kroeg worden geroepen, iedereen weet over wie je het hebt als je de bijnaam noemt en over het algemeen zal de man ik kwestie thuis niet huilend op bed liggen omdat zijn vrienden hem bolle noemen. Het is een soort van Geuzennaam. Een naam ook, die moeilijk verdwijnt, want één van deze gasten is inmiddels een kleine 75 kilo afgevallen, past netjes in de door G-star geleverde maat 32 en nog heet hij dikke.

Hoe anders is dit bij vrouwen. Vrouwen hebben sowieso minder bijnamen voor elkaar en korten voornamelijk veel af. Maar als er een bijnaam is, dan is dit nagenoeg nooit een naam die gebaseerd is op een lichamelijk kenmerk en al helemaal niet op basis van haar al dan niet aanwezige buik of hele dikke bovenbenen. Ik moet de eerste vrouw nog tegenkomen die amicaal bolle genoemd wordt. Meestal wordt dit gebruikt en gezien als belediging. Toch is dat ergens jammer. Daar waar er veel vrouwen strijden om volledig gelijk te zijn aan mannen, wordt door vrouwen ook vaak met twee maten gemeten als het gaat om uiterlijke vertoning.

Toch is er online bar weinig te vinden over mannen die hiermee te maken hebben

De laatste tijd is er veel te doen om body shaming. Body shaming is het hebben van (vaak ongepaste) negatieve kritiek op het uiterlijk van een ander of zelfs dat van jezelf. Als je op deze term zoekt merk je dat vooral vrouwen zich bezighouden met body shaming. Zij zijn door het huidige schoonheidsideaal vaak eerder slachtoffer van body shaming, maar toch is er online bar weinig te vinden over mannen die hiermee te maken hebben. Zelf denk ik dat mannen er ook minder moeite mee hebben. Natuurlijk worden er jongens en mannen gepest met hun voorkomen, maar toch denk ik dat geconfronteerd worden met negatieve uiterlijke kenmerken er voor mannen minder toe doet.

Uiteindelijk moeten we natuurlijk per individu bekijken hoe hij of zij omgaat met deze negatieve kritiek. Het is vreselijk dat er mensen door wildvreemden op straat worden aangesproken over het feit dat ze misschien wel een ijsje minder kunnen eten. Het is onvergefelijk om iemand niet in een bepaalde functie aan te nemen omdat zij flink te zwaar is en een jonge dame “de papegaai” noemen vanwege haar forse neus is not done. Zijn het de mannen die hier anders mee omgaan en het commentaar slikken voor zoete koek? Moeten zij, eventueel gestuurd door groepsdruk, niet zeuren en zich gedragen als een man? Waarom is het grootste gedeelte van de mensen met een eetstoornis van het vrouwelijke geslacht? Het blijft mij verwonderen.

Misschien zijn het de vrouwen wel die overdrijven

Misschien zijn het de vrouwen wel. Zij die van nature emotioneler zijn en daardoor anders omgaan met positief en negatief commentaar op hun voorkomen. Ja, ook positief. Geef de eerst volgende vrouw die je tegenkomt een compliment over haar haar of kleding en het is eerst tien seconden stil. Daarna zal de overgrote meerderheid vervallen in blozen of het welbekende “o, dit is maar een dingetje van de Zara”. Geef een vent een compliment en hij bedankt je voor dat compliment en gaat door waar hij mee bezig was. Op deze manier zal de man vast ook omgaan met negatieve input. Maar ik drijf af. Misschien zijn het de vrouwen wel die overdrijven en van een mug een olifant maken.

Uiteindelijk komt het maar op één ding neer en dat is dat mannen van Mars komen en vrouwen van Venus. Hierdoor begrijpen we elkaar minder goed en zullen we tot in het einde der tijden problemen hebben met de communicatie. Ik wil geen excuus vinden voor die zielige excuuskerels die moedwillig vrouwen kwetsen door aan te geven dat zij een dikke pad zijn of een haakneus hebben. Dit soort onmensen mag je van mij part bij het grof huisvuil zetten. Ik probeer eigenlijk gewoon te zeggen dat de zwaartekracht ervoor zorgt dat je op Venus zwaarder weegt dan op Mars.

 

Column B4men Rob van Laere

Column Rob van Laere