Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest

Soms zijn er opeens van die momenten. Van die momenten dat je even stilstaat bij wat er eigenlijk gaande is. De afgelopen dagen waren zo’n moment voor mij.

Opeens sta je erbij stil. Je denkt aan dat ene moment. Dat ene moment van 15 jaar geleden. Je droomt weg, voelt het warme gevoel van toen en schrikt weer ‘wakker’. “Waar zat je aan te denken? Je leek wel op een andere planeet.” Vraagt mijn zus tijdens een etentje met het hele gezin. “Ow ik zat maar wat vooruit te staren.” antwoord ik heel nuchter. Wat mijn zus en de rest van het gezin niet wist is dat het niet zomaar een gedachte was. Het was een warme en mooie gedachte aan ‘toen’. Toen we nog jong waren. Ik heb een oudere broer en een oudere zus. Mijn ouders zijn, zeg maar, extreem punctueel geweest in het krijgen van ons. Mijn zus en ik verschillen exact 1 jaar en 2 maar met elkaar. Mijn broer is dan weer 1 jaar en 2 maanden ouder dan mijn zus. Je kunt dus wel stellen dat wij dicht op elkaar zitten qua leeftijd.

Het was niet zomaar een gedachte op zomaar een moment. Wij zaten als gezin samen te eten, gewoon omdat het kan. Ik keek om mij heen en zag daar plots weer die 3 kleine kinderen zitten. Die 3 kinderen die altijd samen waren. Wij hadden geen vriendjes en vriendinnetjes nodig toen wij klein waren, wij hadden elkaar. Samen voetballen, samen tafeltennissen, samen computeren, samen muziekjes luisteren, samen van de glijbaan, samen fietsen, wij deden bijna alles samen. Ja, ook samen voetballen. Mijn zus moest (uiteraard) het onderspit delven maar zij wist heel goed haar ‘mannetje’ te staan. Of jij kwam er langs, of de bal, maar tegelijk? Nee, dan lag je met een blauwe plek zo groot als de aardbol op de grond. Natuurlijk, ook bij ons ging het wel eens mis, wij hadden ook wel eens ruzie. Deze ruzies waren vaak kort en net zo heftig als de tackels van mijn zus. Van binnen gloeide en glunderde ik helemaal toen ik hieraan terugdacht. Ik voel mij een rijk jongen voor de jeugd die ik heb mogen hebben. Daar ben ik mijn ouders eeuwig dankbaar voor. Inmiddels zijn wij allemaal volwassen en zitten we te praten over de politiek, de wereldproblematiek en het uitvallen van Max Verstappen in de GP van Bahrein. Onderwerpen waar wij als klein kind helemaal geen oren naar hadden. Maar wel onderwerpen waar wij het inmiddels over hebben. Opeens besefte ik mij dat wij de kleine kinderen niet meer zijn. Mijn zus woont al jaren aan de andere kant van het land en mijn broer heeft binnenkort geen vriendin meer maar een vrouw. Enorme tegenstellingen in vergelijking met de jeugd. De jeugd waarin wij alles samen deden en waarin we eigenlijk niemand anders nodig hadden.

Ondanks dat er veel veranderd is de afgelopen jaren is er diep van binnen niets veranderd. Ondanks dat er meer dan 130 km afstand tussen mijn zus en mij zit. Ondanks dat mijn broer onze achternaam gaat overdragen aan zijn vriendin. Ondanks dat we elkaar minder zien en minder spreken. Ondanks dit alles blijven wij die 3 kleine kinderen die elkaar omver schopten tijdens de voetbal, die koste wat het kost wilde winnen van elkaar. Dit gevoel voor elkaar zit hem niet in het aantal keer dat je elkaar spreekt op ziet, dit gevoel zit er altijd of je nou samen bent of niet.

Ps. Sorry voor het batje die ik in je rug gooide, zus, nadat jij voor de 342ste keer vals had gespeeld tijdens het tafeltennissen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest